social follow

Loebas

  • Loebas Sint Bernard

Loebas

Loebas had twee lodderige ogen. Op het onderste randje van zijn oogleden kon je  regelmatig een streepje bloed zien en in zijn ooghoeken kleefde er steeds wel iets vies. Hij kwijlde altijd. Het is een ziekte, zeiden ze. Ik vond het eng.

Hij blafte niet veel, maar als hij dat deed, klonk het wel intimiderend. ‘Dat is omdat hij vrolijk is’, zei mijn broer. Ik geloofde niet echt dat zo'n beest vrolijk of blij kon zijn.

Hij was gigantisch. Vooral vanuit het perspectief van een kleuter. Hij is braaf, zeiden mijn grootouders. Maar toch was ik bang voor hem.

Mijn broer en mijn nichtje waren dat niet. Zij speelden regelmatig met het grote monster. Soms reden ze paardje op de Sint Bernard. De hondenrijder was dan de cowboy, de andere een indiaan. Ik bezag het spel door het raam. Ik ging alleen naar buiten als Loebas in zijn hok zat.

 

Mijn grootvader kweekte konijnen. En die bezocht ik wel graag. Op een dag was het gaas van een hok kapot getrokken. De konijnen waren weg. Toen ik mijn broer en een oom daarvan op de hoogte bracht, vonden we de konijnen algauw terug. Ze deden zicht tegoed aan de sla in grootvaders moestuin. Het duurde een tijdje voordat we alle konijnen te pakken konden krijgen. Er ontbrak er eentje.

 

Een paar dagen later was er weer een gaas kapot. Drie kleintjes zaten bibberend in een hoekje bijeen. Er lagen overal pluisjes en wolletjes. De moeder lag net buiten het hok met haar buik helemaal opengereten. Ze had een beet in haar nek en er sijpelde een fijn straaltje bloed uit. Er ontbraken twee kleintjes. Dit keer vonden we ze niet terug in de moestuin.

 

‘Er is een vossenfamilie in de buurt,’ zei mijn grootvader.

 

Loebas vond het vossenhol. Mijn oom heeft de vossen te grazen genomen. Met een jachtgeweer. Dat heb ik alleen van horen zeggen. Want als Loebas buiten was, bleef ik mooi binnen.

 

N.a.v. Schrijfopdracht #228 op Schrijven Online

Add new comment